Weergave tekst

Handleiding HTML
Inhoud   Index


In dit onderdeel komen aan de orde Introductie, Elementen, Fysieke tekstopmaak-elementen, Logische tekstopmaak-elementen, Lettertypen, Basislettertype, Het gebruik van stijlen, Afkortingen, Revisie-informatie en Citeren.


Introductie

Voor het bepalen van de weergave van inline tekst (de tekst ergens op een regel, welke onderdeel is van een element op blokniveau, zoals P of TABLE) zijn verschillende soorten elementen beschikbaar.

De fysieke tekstopmaak-elementen gebruik je als je wilt vastleggen hoe de tekst moet worden weergegeven. Bijvoorbeeld vet (B), cursief (I), onderstreept (U) en met een vaste letterafstand (TT). De elementen BIG en SMALL kunnen gebruikt worden om de tekst groter of kleiner dan de standaard lettergrootte weer te geven. Met de elementen SUB en SUP wordt de tekst in subscript (iets onder de regel) of in superscript (iets boven de regel) geplaatst.

Bij de logische tekstopmaak-elementen wordt niet de exacte weergave vastgelegd, maar meer het type tekst. De browser (of als die mogelijkheid er is, de gebruiker via de instellingen van de browser) bepaalt hoe de ingesloten tekst wordt weergegeven. Voorbeelden zijn met nadruk (EM), met extra nadruk (STRONG), geciteerde tekst (CITE) en als computercode (CODE). Omdat veel auteurs zelf de controle over de weergave van hun documenten wensen te hebben, wordt van de logische tekstopmaak-elementen tegenwoordig slechts beperkt gebruik gemaakt.

Met de elementen FONT en BASEFONT kun je de grootte, de kleur en het lettertype van de tekst bepalen. Bij het FONT element gaat het om de ingesloten tekst. Het BASEFONT element wordt direct na de activering van het BODY element geplaatst en definieert een basislettertype voor alle tekst in het document.

Uitgebreide mogelijkheden bij het opmaken van tekst heb je, als je stijlen definieert met behulp van Cascading Style Sheets.

Een aantal elementen zijn nieuw in HTML 4.0.
De elementen ABBR en ACRONYM pas je toe bij afkortingen. De browser kan de lange vorm van de afkorting dan bijvoorbeeld als tooltip weergeven.
De elementen DEL en INS worden gebruikt om revisie-informatie van een document vast te leggen. Het INS element bevat de inhoud welke is toegevoegd, het DEL element inhoud welke is verwijderd.
Het Q element kan gebruikt worden voor geciteerde tekst. De browser zou deze tussen aanhalingstekens moeten plaatsen.


Elementen

Voor het bepalen van de weergave van inline tekst zijn de volgende elementen beschikbaar:

ABBR
ACRONYM
B
BASEFONT
BIG
BLINK
CITE
CODE
DEL
DFN
EM
FONT
I
INS
KBD
Q
S
SAMP
SMALL
STRIKE
STRONG
SUB
SUP
TT
U
VAR


De elementen en bijbehorende attributen worden beschreven in aparte documenten. Voor elk element en attribuut is aangegeven of het deel uitmaakt van een HTML-specificatie en zo ja welke. Bovendien is aangegeven en of het element of attribuut ondersteund wordt door en zo ja vanaf welke versie van Netscape Navigator, Microsoft Internet Explorer en Opera.


Fysieke tekstopmaak-elementen

De volgende elementen worden gerekend tot de fysieke tekstopmaak-elementen: B, I, S, STRIKE, TT, U, BIG, SMALL, SUB en SUP. Je gebruikt ze, als je de weergave van de tekst wilt vastleggen.


Dit is <B>vet</B>
Dit is vet
Dit is <I>cursief</I>
Dit is cursief
Dit is <S>doorgestreept</S>
Dit is doorgestreept
Ook dit is <STRIKE>doorgestreept</STRIKE>
Ook dit is doorgestreept
Deze tekst heeft een <TT>vaste letterafstand</TT>
Deze tekst heeft een vaste letterafstand
Dit is <U>onderstreept</U>
Dit is onderstreept
Dit is <BIG>groot</BIG>
Dit is groot
Dit is <SMALL>klein</SMALL>
Dit is klein
Dit is <SUB>subscript</SUB>
Dit is subscript
Dit is <SUP>superscript</SUP>
Dit is superscript


Tot de de fysieke tekstopmaak-elementen kan ook het Netscape-specifieke BLINK element gerekend worden, waarmee tekst knipperend kan worden weergegeven. Omdat knipperende tekst door veel gebruikers als hinderlijk wordt ervaren, wordt geadviseerd geen gebruik van dit element te maken.


De verschillende fysieke tekstopmaak-elementen kunnen ook gecombineerd gebruikt worden.

Dit is <B><TT>vet en typemachine tekst</TT></B> en <U><I>onderstreept en cursief</I></U>.

In de browser zie je:

Dit is vet en typemachine tekst en onderstreept en cursief.


Logische tekstopmaak-elementen

De volgende elementen worden gerekend tot de logische tekstopmaak-elementen: EM, STRONG, CITE, DFN, CODE, SAMP, KBD en VAR. Je gebruikt ze, als je niet de exacte weergave wilt bepalen, maar vooral wilt aangeven om wat voor soort tekst het gaat. De browser (of als die mogelijkheid er is, de gebruiker via de instellingen van de browser) bepaalt vervolgens hoe de ingesloten tekst wordt weergegeven.


Deze tekst heeft <EM>nadruk</EM> Deze tekst heeft nadruk
Deze tekst heeft <STRONG>extra nadruk</STRONG> Deze tekst heeft extra nadruk
Dit is een <CITE>citaat</CITE> Dit is een citaat
Deze <DFN>term</DFN> Deze term wordt gedefinieerd
Dit is <CODE>computercode</CODE> Dit is computercode
Dit is een <SAMP>voorbeeld van de output</SAMP> van een programma Dit is een voorbeeld van de output van een programma
Deze <KBD>tekst</KBD> moet de gebruiker vanaf het toetsenbord invoeren Deze tekst moet de gebruiker vanaf het toetsenbord invoeren
Dit is een <VAR>variabele</VAR>
Dit is een variabele


Lettertypen

De grootte van de tekst (meestal korte stukjes, soms zelfs een enkel woord of een enkele letter) kan bepaald worden met behulp van het SIZE attribuut van het FONT element. Als waarde van het SIZE attribuut kan een getal van 1 t/m 7 gebruikt worden om de absolute lettergrootte vast te leggen, of een getal gecombineerd met een "+" of een "-" om de grootte van de letters in ten opzichte van de standaard lettergrootte te bepalen.

<P>De absolute lettergrootte is <FONT size="1">SIZE="1"</FONT> <FONT size="2">SIZE="2"</FONT> ..</P>

In de browser zie je:

De absolute lettergrootte is SIZE="1" SIZE="2" SIZE="3" SIZE="4" SIZE="5" SIZE="6" SIZE="7"

<P>De grootte .. lettergrootte: <FONT SIZE="-2">SIZE="-2"</FONT> <FONT SIZE="-1">SIZE="-1"</FONT> ..</P>

In de browser zie je:

De grootte kan ook opgegeven worden in verhouding tot de standaard lettergrootte: SIZE="-2" SIZE="-1" SIZE="+1" SIZE="+2" SIZE="+3" SIZE="+4"

Houdt er rekening mee, dat bij sommige browsers de gebruiker de weergave van de, via het SIZE attribuut gedefinieerde, lettergrootte kan uitzetten. Om de structuur van je document helder te houden, kun je voor koppen daarom het beste altijd een Hx element gebruiken.


Het FACE attribuut van het FONT element bepaalt het lettertype dat gebruikt wordt voor de tekst. De waarde van het FACE attribuut is de naam van één lettertype, of meerdere lettertypen gescheiden door een komma. Een tweede lettertype wordt gebruikt, als het eerste niet aanwezig is op het systeem van de gebruiker. Als geen van de opgegeven lettertypen is geïnstalleerd, wordt het standaard lettertype van de browser gebruikt.

<FONT SIZE="5" FACE="Garamond,Times New Roman">Afhankelijk .. van de browser.</FONT>.

In de browser zie je:

Afhankelijk van de beschikbaarheid van de opgegeven lettertypen, wordt deze tekst weergegeven in Garamond, Times New Roman, of het standaard lettertype van de browser.


Het COLOR attribuut van het FONT element bepaalt de kleur van de tekst.

<FONT SIZE="6" COLOR="#FF0000" FACE="Courier New">Deze tekst wordt weergegeven in rood.</FONT>.

In de browser zie je:

Deze tekst wordt weergegeven in rood.

Het spreekt voor zich dat je bij het gebruik van het COLOR attribuut rekening houdt met de achtergrondkleur, welke je via het BGCOLOR attribuut van het BODY element hebt gedefinieerd. Daarmee heb je echter nog niet gewaarborgd dat de weergave in alle gevallen goed is. Veel browsers hebben de mogelijkheid in te stellen dat uitsluitend de door de gebruiker zelf opgegeven kleuren gebruikt mogen worden (dat is bijvoorbeeld van belang als de gebruiker een verminderd gezichtsvermogen heeft). Niet elke browser doet dat echter op een correcte manier. Bij Microsoft Internet Explorer vanaf versie 4.0 en Opera vanaf versie 2.1 geldt de keuze van de gebruiker voor alle kleuren. Bij Netscape Navigator echter hebben de kleuren van de gebruiker alleen prioriteit over de via het BODY element gedefinieerde kleuren. Een door de auteur via het COLOR attribuut vastgelegde kleur wordt niet gewijzigd in de kleur van de gebruiker. Dat kan als resultaat hebben dat de tekst waarvoor het COLOR attribuut is gebruikt, moeilijk of niet leesbaar wordt. In de volgende afbeeldingen is dit te zien en als je op de bovenste afbeelding klikt kun je het zelf uitproberen.


Voorbeeld COLOR attribuut
door de auteur bedoelde weergave

Voorbeeld COLOR attribuut
weergave met zwart voor de tekst en wit voor de achtergrond als gebruikerskleuren door Microsoft Internet Explorer 4

Voorbeeld COLOR attribuut
weergave met zwart voor de tekst en wit voor de achtergrond als gebruikerskleuren door Netscape Navigator


Wanneer je ondanks de genoemde problemen toch gebruik wilt maken van het COLOR attribuut, dan is het verstandig in ieder geval een kleur te kiezen die de minste kans op problemen heeft. Omdat de meeste gebruikers als standaard waarschijnlijk een lichte achtergrond toepassen (wit, licht grijs, geel), zal dat het beste een wat donkere kleur kunnen zijn.


Het FONT element kan ook gecombineerd gebruikt worden met de fysieke tekstopmaak-elementen, bijvoorbeeld om de tekst vet, cursief of onderstreept weer te geven.

<P><FONT SIZE="+1" COLOR="red">De tekst .. kan ook <B>vet</B>, <I>cursief</I> of <U>onderstreept</U> weergegeven worden.</FONT></P>

In de browser zie je:

De tekst ingesloten door het FONT element kan ook vet, cursief of onderstreept weergegeven worden.

Het FONT element is een inline element en mag slechts andere inline elementen bevatten (zoals in het voorbeeld hiervoor B, I en U). Het FONT element kan dus niet gebruikt worden om in één keer de kenmerken van de tekst in een heel document of bijvoorbeeld een tabel vast te leggen.


Basislettertype

Het BASEFONT element wordt gebruikt om de standaard lettergrootte, -kleur en -type voor een document vast te leggen. In het volgende voorbeeld zijn de attributen SIZE, COLOR en FACE aan het BASEFONT element toegevoegd.

<BASEFONT SIZE="5" COLOR="fuchsia" FACE="Lucida Sans,Arial">

In een nieuw venster kun je zien hoe de browser dit weergeeft.

Wanneer het BASEFONT element is gebruikt, geldt de waarde van het SIZE attribuut als beginwaarde voor de relatieve waarden van het SIZE attribuut van het FONT element.

<BASEFONT SIZE="5">
<P>De via het .. element: <FONT SIZE="-4">SIZE="-4"</FONT> <FONT SIZE="-3">SIZE="-3"</FONT> ..</P>

In een nieuw venster kun je zien hoe de browser dit weergeeft.

Voor het SIZE attribuut is de ondersteuning niet altijd zoals verwacht. Zo negeren Microsoft Internet Explorer en Netscape Navigator de via het BASEFONT element gedefinieerde grootte in tabellen en houden in plaats daarvan de standaard lettergrootte van de browser aan.
Opera houdt in het hele document de standaard lettergrootte van de browser aan. Pas als het SIZE attribuut van het FONT element wordt gebruikt, geldt de waarde van het SIZE attribuut van het BASEFONT element als beginwaarde.

De attributen COLOR en FACE van het BASEFONT element worden alleen door Microsoft Internet Explorer ondersteund. Wanneer je de kleur van alle tekst in een document in één keer wilt vastleggen, dan kun je daarom beter gebruik maken van het TEXT attribuut van het BODY element (zie voor een toelichting het onderdeel Structuur document).

Al met al biedt het BASEFONT element weinig garantie dat de weergave in de verschillende browsers is, zoals je wenst. Meer kans daarop heb je, als je stijlen definieert.


Het gebruik van stijlen

Om te komen tot een betere scheiding tussen de structuur van een document en de presentatie ervan, heeft een aantal van de fysieke tekstopmaak-elementen (S, STRIKE en U) en de elementen FONT en BASEFONT in HTML 4.0 het stempel afgekeurd (deprecated) gekregen. In plaats daarvan is het de bedoeling dat gebruik gemaakt wordt van stijlen.

Cascading Style Sheets is de taal, waarmee je stijlen kunt definiëren. Er zijn stijleigenschappen, welke hetzelfde effect hebben als de beschreven fysieke tekstopmaak-elementen en de elementen FONT en BASEFONT. Hierna wordt dat in een aantal voorbeelden gedemonstreerd. In deze voorbeelden wordt de stijl van een element met behulp van het STYLE attribuut vastgelegd als inline stijl. In het onderdeel Style sheets worden andere manieren beschreven om stijlen aan HTML te koppelen.

In het volgende voorbeeld is een stijl gedefinieerd, welke bepaalt dat de tekst ingesloten door het STRONG element niet alleen met extra nadruk, maar via de background-color eigenschap ook met een gele achtergrond moet worden weergegeven. Omdat het verstandig is altijd een combinatie van voor- en achtergrondkleur te gebruiken, is bovendien de color eigenschap opgenomen.

<P>Met <STRONG STYLE="color: #000000; background-color: #FFFF99">Cascading Style Sheets</STRONG> krijg ...</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Microsoft Internet Explorer 4 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser het gebruik van stijlen (correct) ondersteunt.

Voorbeeld gebruik stijlen.


In het volgende voorbeeld worden de stijleigenschappen font-size, color (gecombineerd met background-color) en font-family gebruikt in plaats van het FONT element met de attributen SIZE, COLOR en FACE.

<P STYLE="font-size: 16pt; color: #FF0000; backgound-color: #FFFFFF; font-family: Arial, sans-serif;">Deze opmaak is ...</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Microsoft Internet Explorer 4 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser het gebruik van stijlen (correct) ondersteunt.

Voorbeeld gebruik stijlen.


In plaats van de fysieke tekstopmaak-elementen B, I, U, TT en BIG kunnen de stijleigenschappen font-weight, font-style, text-decoration, font-family en font-size gebruikt worden.

<P>Dit is <SPAN STYLE="font-weight: bold;">vet</SPAN>, <SPAN STYLE="font-style: italic;">cursief</SPAN>, <SPAN STYLE="text-decoration: underline;">onderstreept</SPAN>, <SPAN STYLE="font-family: monospace;">vaste letterafstand</SPAN> en <SPAN STYLE="font-size: large;">groot</SPAN></P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Microsoft Internet Explorer 4 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser het gebruik van stijlen (correct) ondersteunt.

Voorbeeld gebruik stijlen.


Er wordt in de praktijk nog steeds gebruik gemaakt van browsers, die Cascading Style Sheets niet of niet correct ondersteunen. Daarom is het aan te raden stijlen voorlopig vooral toe te passen naast of als aanvulling op de mogelijkheden, die de elementen voor tekstopmaak bieden.


Afkortingen

Nieuwe elementen in HTML 4.0 zijn ABBR en ACRONYM. Ze hebben betrekking op afkortingen. Het TITLE attribuut van deze elementen kan gebruikt worden om de lange vorm van de afkorting vast te leggen, welke browsers kunnen weergeven in de vorm van een tooltip. Daarnaast kan met behulp van style sheets (CSS2) aan bijvoorbeeld een spraak-synthesizer aanwijzingen over de uitspraak gegeven worden.

Voor gewone afkortingen (zoals etc., HTML en incl.) wordt ABBR gebruikt. In het speciale geval dat de afkorting een letterwoord is, gevormd is uit één of meer beginletters van een aantal woorden en bovendien zelf een uitspreekbaar woord is, kan ACRONYM toegepast worden. Voorbeelden van letterwoorden (of acroniemen) zijn cara (chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen) en radar (radio detection and ranging).

Om de bezoeker erop te wijzen dat er extra functionaliteit is, kun je de weergave van de afkorting met behulp van stijlen afwijkend maken van de gewone tekst. In de volgende voorbeelden is daarvoor een kleur gebruikt.

<P>De afkorting <ACRONYM STYLE="color: #FF0000; backgound-color: #FFFFFF;" TITLE="chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen">cara</ACRONYM> is een letterwoord.</P>

<P>De afkorting <ABBR STYLE="color: #FF0000; backgound-color: #FFFFFF;" TITLE="HyperText Markup Language">HTML</ABBR> is geen letterwoord.</P>

Van de weergave van deze voorbeelden door Netscape Navigator 6 is een afbeelding opgenomen. Klik op een afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser de elementen ABBR en ACRONYM en het gebruik van stijlen ondersteunt.

Voorbeeld ACRONYM element.   Voorbeeld ABBR element.


In de voorbeelden hiervoor zijn, om de ondersteuning door de browser te kunnen beoordelen, voor de stijl van de elementen ABBR en ACRONYM de vrij algemeen ondersteunde stijleigenschappen color en background-color gebruikt. Wanneer de (correcte) ondersteuning van de verschillende tot CSS1 en CSS2 behorende stijleigenschappen door meer browsers realiteit wordt, ligt een andere wijze van presentatie meer voor de hand. In het volgende voorbeeld is er voor gekozen de afkorting te onderstrepen met een lijn met puntjes en een aangepaste cursor te gebruiken.

<P>Bestanden kun je uploaden met een <ABBR STYLE="border-bottom: dotted 0.05em; cursor: help;" TITLE="File Transfer Protocol">FTP</ABBR>-programma.</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Netscape Navigator 6 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser de gebruikte van stijleigenschappen ondersteunt.

Voorbeeld ABBR element.


Revisie-informatie

HTML 4.0 biedt de mogelijkheid om revisie-informatie in een document op te nemen. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn als door meerdere mensen gezamenlijk aan het document gewerkt wordt. Het INS element gebruik je om aan te geven dat de ingesloten tekst is toegevoegd, het DEL element om duidelijk te maken dat de ingesloten tekst verwijderd wordt. De browser moet deze elementen op een passende manier weergegeven. De meeste browsers doen dat door toegevoegde tekst onderstreept en te verwijderen tekst doorgestreept weer te geven.

<P>... dat de ingesloten tekst is <INS>ingevoegd</INS> of wordt <DEL>verwijderd</DEL>.</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Microsoft Internet Explorer 5 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser de elementen INS en DEL ondersteunt.

Voorbeeld revisie-informatie.


De attributen CITE en DATETIME kun je gebruiken om extra informatie op te nemen. Het CITE attribuut verwijst naar een document, waarin de wijzigingen nader worden toegelicht. Met het DATETIME attribuut kan het tijdstip van wijziging worden vastgelegd.

<P>Voor deze <INS CITE="revisie.htm" DATETIME="2000-11-10T16:00:00Z+01:00">ingevoegde</INS> tekst is extra revisie-informatie beschikbaar.</P>

De attributen CITE en DATETIME worden nog door geen van de belangrijkste browsers ondersteund. Wel ondersteund wordt (door Microsoft Internet Explorer) het TITLE attribuut, dat de informatie in de vorm van een tooltip kan weergeven.

<P>... bij ingevoegde of <DEL TITLE="Toegevoegd na bespreking op 10 november.">te verwijderen</DEL> tekst ...</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Microsoft Internet Explorer 5 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser TITLE attribuut ondersteunt.

Voorbeeld revisie-informatie.


Browsers die de elementen INS en DEL niet kennen, geven de inhoud op de gebruikelijke wijze weer. Dus niet onder- of doorgestreept. Het is daarom verstandig deze elementen alleen te gebruiken in situaties, waarvan je weet dat elke browser ze ondersteunt (bijvoorbeeld in een intranet). Als extra zekerheid kun je de inhoud ook nog eens binnen bijvoorbeeld de elementen U (bij INS) of STRIKE (bij DEL) plaatsen.

De elementen INS en DEL kunnen niet alleen als inline element gebruikt worden, maar ook als element op blokniveau. Wanneer ze als inline element gebruikt wordt, dan mogen ze geen elementen op blokniveau bevatten.


Citeren

Het BLOCKQUOTE element (dat toegelicht wordt in het onderdeel Structureren van tekst is bedoeld voor blokken tekst, welke uit een andere bron geciteerd worden. Vrijwel alle browsers doen dit door zo'n blok tekst zowel links als rechts te laten inspringen. Daarnaast wordt de door het BLOCKQUOTE element ingesloten tekst voorafgegaan en gevolgd door een blanco regel.

Voor (korte stukjes) inline tekst is nieuw in HTML 4.0 het Q element opgenomen. De door het Q element ingesloten tekst wordt door de browser tussen aanhalingstekens geplaatst. Het soort aanhalingstekens dat gebruikt wordt, kan beïnvloed worden door via het LANG attribuut een taal te definiëren.

<P>... bedoeld voor <Q LANG="en">short quotations ... breaks</Q>.</P>

Van de weergave van dit voorbeeld door Netscape Navigator 6 is een afbeelding opgenomen. Klik op de afbeelding en bekijk in een nieuw venster of de browser het Q element op de bedoelde wijze ondersteunt.

Voorbeeld citeren.


Het CITE attribuut kan gebruikt worden om te verwijzen naar het document, dat de bron is van het citaat. Op dit moment wordt deze mogelijkheid door geen van de belangrijkste browsers ondersteund.


  Inhoud Handleiding HTML   Index   Inhoud Weergave tekst

Laatste wijziging 6 februari 2001
Copyright © 1995-2001 Hans de Jong